Signnieuws

De incassoprocedure wordt ‘eenvoudiger, sneller en minder kostbaar’, blijkt uit een persbericht van de Raad voor de Rechtspraak. Er zijn daarvoor vijf verbeteringen doorgevoerd.

Sneller uitspraak van de rechter bij onbetwiste vorderingen.
  1. De rechter doet straks sneller uitspraak bij onbetwiste vorderingen. Deze termijn bedraagt momenteel nog 6 weken, maar wordt verkort tot 2 weken vanaf april 2020.
  2. De Rechtspraak werkt in samenwerking met deurwaarders aan begrijpelijkere dagvaardingen met een duidelijke uitleg voor schuldenaren.
  3. Er is een landelijke checklist ontwikkeld voor deurwaarders en andere incassogemachtigden waarin wordt voorgeschreven welke informatie moet worden verstrekt in consumentenzaken, dus in zaken waarbij de schuldenaar een natuurlijk persoon is.
  4. Verder start de Rechtspraak in de eerste helft van 2020 met een pilot waarbij stukken digitaal worden uitgewisseld met een of enkele deurwaarderskantoren.
  5. Tot slot heeft de Rechtspraak bij de Minister voor Rechtsbescherming aangedrongen om de kosten van de gang naar de rechter in incassozaken omlaag te brengen, zodat de toegang tot het recht wordt vergroot in incassozaken. Hiertoe is momenteel een wetsvoorstel in behandeling.

Verbetering

De voorgestelde verbeteringen voor gerechtelijke incassoprocedures zijn hard nodig, blijkt in de incassopraktijk. Lucien Ridderbroek van e-Legal incasso advocaten licht dit als volgt toe: “Momenteel betaalt een ondernemer met een bv voor een factuur van net boven de 500 euro nog 486 euro aan griffierecht. Een zzp’er betaalt 231 euro. Door deze wanverhouding zien vooral kleine ondernemers ervan af om naar de rechter te stappen voor lage onbetaalde vorderingen. Wanbetalers komen hierdoor weg met het niet betalen van facturen. Ook kan het momenteel nog veel te lang duren voordat een vonnis beschikbaar komt in eenvoudige incassozaken. Zo gebeurde het vorige week nog dat de Rechtbank Den Haag de mondelinge behandeling in een eenvoudige incassozaak op een termijn van meer dan 6 maanden heeft gesteld. Het tussenvonnis in deze zaak dateert van 26 november 2019, terwijl de mondelinge behandeling pas plaatsvindt op 7 mei 2020. Een wanbetaler krijgt zo onbedoeld enorm lang uitstel van betaling van de rechter. Het spreekt voor zich dat hiervan een verkeerd signaal uitgaat naar wanbetalers.”

Inschrijven nieuwsbrief

Gerelateerde berichten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.