Zzp’ers die minder dan €36 per uur verdienen, krijgen volgens een nieuw wetsvoorstel automatisch het ‘rechtsvermoeden’ dat zij werknemer zijn. De bewijslast ligt bij de opdrachtgever. Dit betekent dat tienduizenden zelfstandig werkenden straks mogelijk recht hebben op loondoorbetaling bij ziekte, verlof en ontslagbescherming.
Met dit wetsvoorstel wil het kabinet schijnzelfstandigheid tegengaan en de positie van laagbetaalde zzp’ers versterken. Het voorstel, getiteld ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ (Vbar), is op 7 juli naar de Tweede Kamer gestuurd. De wet moet duidelijk vastleggen wanneer iemand als werknemer geldt en wanneer sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

Rechten en bescherming
Minister Van Hijum (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) licht toe: “Als je wordt aangestuurd in je werk en geen ondernemersrisico draagt, hoor je werknemer te zijn – met bijbehorende rechten en bescherming.” De wet verduidelijkt ook de bestaande toetsingscriteria. Er wordt onder andere gekeken naar aansturing tijdens het werk, het dragen van ondernemersrisico en of iemand zich buiten het werk als ondernemer gedraagt. De criteria veranderen inhoudelijk niet, maar worden nu wettelijk vastgelegd voor meer houvast in de praktijk.
Het gaat naar schatting om 200.000 mensen
Het wetsvoorstel is een antwoord op het groeiende aantal schijnzelfstandigen in Nederland. Volgens het ministerie gaat het om naar schatting 200.000 mensen die formeel als zzp’er werken, maar feitelijk werknemer zijn. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen, treedt de wet op 1 juli 2026 in werking. Er geldt geen overgangsregeling, wat betekent dat werkenden vanaf die datum direct een beroep kunnen doen op de nieuwe regels.

