Transities, zoals de energietransitie, vragen om goede wetgeving. Maak wetten en regels voor de lange termijn en maak ruimte voor leren, evalueren en experimenteren. Dat zegt de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in het advies Vallen, opstaan en weer doorgaan. Ruimte voor leren in transities.
Het ROB roept in haar advies op om bestaande systemen ter discussie te durven stellen. Op die manier is er bij de uitvoering meer ruimte om snel te reageren op al het nieuwe en onzekere dat in transities nu eenmaal voorkomt. Directeur-generaal Michel Heijdra van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft het advies deze week namens de minister in ontvangst genomen.

Lange adem
Transities zijn de weg van de lange adem, en kennen veel onzekerheid en risico’s. De weg vooruit is vol uitdagingen en dat betekent dat je niet zonder een lerende aanpak kunt. In dit advies zoekt de ROB op verzoek van de minister voor Economische Zaken en Klimaat het antwoord op de vraag wat er voor de overheid nodig is om te leren in transities.
De ROB beantwoordt de vraag aan de hand van beginselen van goed openbaar bestuur: rechtsstaat, democratie en bestuurlijk vermogen. Bij transities gebeuren dingen onbedoeld, dus is het de kunst om ruimte voor leren te creëren en dat stelt eisen aan het openbaar bestuur. Ruimte om fouten te maken, te proberen en te leren: vallen, opstaan en weer doorgaan.
Voorwaarde voor sturing
Wetgeving kampt met het vooroordeel dat het een sta-in-de-weg is voor transities. De ROB ziet dit anders: goede wetgeving is een voorwaarde voor sturing van de transitie. Geen wetten en regels om bij te sturen als het misgaat. Wetgeving hoort gericht te zijn op het einddoel, waarbij het nodig kan zijn om eerder gekozen uitgangspunten te (durven) heroverwegen.

