Veel werknemers houden in 2026 maandelijks netto meer over, maar het netto vakantiegeld stijgt niet voor iedereen. Dat blijkt uit berekeningen van HR- en salarisdienstverlener ADP.
Vooral lagere inkomens profiteren. Parttimers en werknemers met een minimumloon ontvangen doorgaans meer netto vakantiegeld dan in 2025, met stijgingen die kunnen oplopen tot enkele tientallen euro’s.
Wisselend beeld
Bij middeninkomens is het beeld wisselend. Werknemers met een bruto maandloon rond 2.500 tot 2.750 euro gaan er licht op achteruit, terwijl bij 3.000 euro juist een plus zichtbaar is. Rond modaal en 1,5 keer modaal daalt het vakantiegeld met enkele euro’s. Vanaf twee keer modaal blijft het netto vakantiegeld gelijk.
Oorzaak
De verschillen zijn vooral het gevolg van wijzigingen in het Belastingplan 2026, waaronder aanpassingen in belastingtarieven en de opbouw en afbouw van heffingskortingen. Lagere inkomens worden daarbij relatief ontzien, terwijl middeninkomens vaker te maken krijgen met een lichte terugval.
Belasting
Er wordt vaak gezegd dat er meer belasting betaald wordt over vakantiegeld dan over regulier loon. “Dat het door werknemers zo wordt ervaren, is wel te begrijpen, maar het is feitelijk onjuist. Hoewel de inhouding op het bruto vakantiegeld verhoudingsgewijs vaak hoger (of lager) ligt dan bij de inhouding op het bruto maandloon, maakt het op jaarbasis in de regel geen verschil of je het in één keer uitbetaalt of verspreid over 12 maanden”, aldus Karin Stam, expert in wet- en regelgeving bij ADP.

