Column Nico Dijkshoorn: Toko-broek
Column: Nico Dijkshoorn kreeg van zijn zoon een joggingbroek. Een echte Toko Dun Yong. Dat biedt perspectieven om de wereld van influencers en het reclamevak te verbinden.
Column: Nico Dijkshoorn kreeg van zijn zoon een joggingbroek. Een echte Toko Dun Yong. Dat biedt perspectieven om de wereld van influencers en het reclamevak te verbinden.
De Apple-dealers die zijn meegereisd, zullen nog wel eens met weemoed terugdenken aan die reis toen Apple nog een grote familie van gelijkgezinden leek.
Je verliest vaker dan dat je wint. Raar maar waar. Pijnlijk? Ja. Confronterend? Misschien. Leermoment? Oh, jazeker.
We hebben een prachtig vak, dat helaas voor veel mensen onbekend is. Daardoor blijft het lastig om geschikte kandidaten voor onze branche te vinden.
Aan het einde van het jaar hebben velen de neiging terug te blikken. Ik kijk liever vooruit, al moet ik toegeven dat de nabije toekomst onzeker is.
Column: Nico Dijkshoorn droomt al jaren van een eigen bord in een willekeurig voetbalstadion. Zijn target: vervreemdende confrontatie.
Duurzaamheid, circulariteit en kunstmatige intelligentie (AI) zijn de nieuwe buzzwoorden in onze sector. Iedereen heeft het erover, maar de exacte betekenis wordt in feite steeds vager.
Ik heb door de jaren heen behoorlijk wat apparatuur en software bekeken om vervolgens mijn bevindingen op te schrijven. Dat is een lastige klus, want wat is relevant voor jou en wat is relevant voor de lezer?
Sustainablity. Reuseabilty. Recirculatie. Duurzaamheid is een hot issue en staat als topic op menig agenda.
Ik schrijf deze column midden in het EK voetbal 2024. Het beginnetje van een orgastische sportzomer en dan heb ik het vooral over uw expertise: uithangborden maken waar mensen wel naar moeten kijken, of ze nu willen of niet.
Bij vergaderingen die worden ingezet om processen op de werkvloer te verbeteren is de stap van lean naar mean soms maar een kleine.
Met het risico de kwalificatie ‘Award-drammer’ te krijgen, wijd ik deze editorial toch aan de Sign Benelux Awards 2024. Het is immers mijn laatste kans om jullie op te roepen een project in te sturen voor deze vakprijs, want 15 juni 2024 is de deadline.
Er is iets rampzaligs aan de hand. Sinds ik voor Sign Benelux schrijf, ben ik mij steeds meer met u gaan identificeren. Laat ik het zo zeggen: ik kan niet meer als een normale sterveling naar een winkelruit kijken. Ik moet me ermee bemoeien, of ik nu wil of niet.
Deze column gaat niet over Harry Vermeegen die te pas en te onpas “koud, hè?!” erin gooide, maar over hoe je bij het beoordelen van een nieuw apparaat op het verkeerde been wordt gezet.
De Engelse variant ‘disruptive innovation’ kom je vaker tegen en klinkt een stuk vriendelijker. Maar het betekent toch echt hetzelfde.
Wie het heeft over werk in de toekomst, kan niet om de invloed van automatisering, robotisering en artificiële intelligentie (AI) heen. De impact hiervan kan moeilijk worden onderschat.
Flexibiliteit is het toverwoord wil je je tegenwoordig onderscheiden als aanbieder in de print- en signbranche. Maar aan die flexibiliteit en korte levertijden mag je best een prijskaartje hangen.
Het is voor veel bedrijven nog altijd een uitdaging om voldoende handjes aan boord te krijgen. Wat zijn de opties?
We kennen het allemaal wel. ‘Zo, dat is duur!’ Als reactie gaan we uitleggen hoe de prijs tot stand komt. Maar waarom?
De maakindustrie voor visuele communicatie is inmiddels zo breed, dat we ons moeten behelpen met een engelstalige term – signmaker – die geen enkele snaar bij de burger raakt.